Wat is er veranderd in de WW ?
- Per 1 oktober 2006 is de hoogte van de WW-uitkering veranderd. De hoogte van de uitkering is in de eerste twee maanden 75% van het loon. Na die twee maanden wordt dat 70%. (Let op: de hoogte vanhet loon waarover de uitkering wordt berekend, is aan een maximum gebonden, het maximumdagloon.
- De duur van de WW-uitkering is per 1 oktober 2006 aangepast.
- Als u aan de wekeneis voldoet maar niet aan de jareneis, hebt u recht op een uitkering van drie maanden. Dat was een uitkering voor een half jaar ter hoogte van 70% van het minimumloon.
- Als u ook aan de jareneis voldoet, duurt de uitkering in maanden net zolang als uw arbeidsverleden in jaren. Met een maximum van 38 maanden (drie jaar en twee maanden). Dat was een uitkering van maximaal vijf jaar.
- Vanaf 1 oktober 2006 hoeft u niet meer te protesteren tegen ontslag om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering. Als u instemt met uw ontslag, of als u zich daarbij neerlegt, heeft dat geen gevolgen voor uw WW-uitkering. U moet er wel op letten dat de werkgever de juiste opzegtermijn hanteert.
Deze wijziging in de WW is niet van invloed op het ontslagrecht. Als u het niet eens bent met uw ontslag, kunt u nog steeds aandringen op een ontslagprocedure bij het CWI of zelf naar de rechter stappen.
- Per 1 april 2006 is de wekeneis aangepast: u moet in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken in loondienst gewerkt hebben. Dat was 26 uit 39 weken.
- Vanaf 1 juli 2006 is het makkelijker om vanuit een WW-uitkering een eigen bedrijf te starten.
Wanneer heb ik recht op een WW-uitkering ?
Zodra u weet dat u werkloos wordt kunt u zich als werkzoekende inschrijven bij het CWI (Centrum voor Werk en Inkomen. Het is van belang dat u zich tijdig inschrijft, uiterlijk één werkdag nadat u werkloos bent geworden.
Het CWI nodigt u vervolgens uit voor de aanvraag van uw WW-uitkering. Uw aanvraag wordt beoordeeld door het UWV (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen).
Voor een WW-uitkering moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:
- u bent jonger dan 65 jaar;
- u verliest minimaal vijf arbeidsuren per week (of als u minder dan tien uur per week werkte, minimaal de helft van uw arbeidsuren);
- u krijgt de verloren uren niet doorbetaald;
- u bent beschikbaar om te gaan werken. Dit betekent dat u direct aan de slag kunt als u een baan vindt of krijgt aangeboden;
- u voldoet aan de "26 uit 36 weken-eis"
Het UWV bekijkt of u aan deze eisen voldoet. Als dat het geval is, komt u in enkele bijzondere gevallen toch niet in aanmerking voor een WW-uitkering. Bijvoorbeeld als u - anders dan wegens een toegestane vakantie - in het buitenland verblijft of als u gedetineerd bent.
Ook als u een WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid krijgt, komt u niet aanmerking voor een WW-uitkering. Dit geldt ook als u een IVA-uitkering (Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten) hebt.
Als u naast gedeeltelijk arbeidsgeschikt ook werkloos wordt, hebt u naast uw WGA-uitkering (Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten) geen recht op een WW-uitkering. Als u naast uw WGA-uitkering werkt en die baan vervolgens kwijt raakt, kunt u wel recht hebben op een WW-uitkering.
Verder toetst het UWV in de volgende gevallen of u verwijtbaar werkloos bent geworden.
- Als u zelf ontslag hebt genomen, toetst het UWV of er sprake is van een acute noodzaak.
- Als u wordt ontslagen, toetst het UWV of het om een 'dringende reden' was. Bijvoorbeeld omdat u zich ernstig hebt misdragen, fraude of diefstal hebt gepleegd. Het is niet nodig dat u daadwerkelijk op staande voet wordt ontslagen. Bepalend is de reden waarom u bent ontslagen.
Hoe lang heb ik recht op een WW-uitkering ?
Hiervoor is van belang of u aan de jareneis voldoet en hoe lang uw arbeidsverleden is.
De jareneis houdt in dat u in minstens vier van de vijf voorgaande kalenderjaren voldoende gewerkt moet hebben (het jaar waarin u werkloos wordt, telt niet mee). Een kalenderjaar telt mee als u in dat jaar over 52 of meer dagen loon hebt ontvangen.
Hebt u in een kalenderjaar niet gewerkt, maar voor uw kinderen gezorgd, dan telt dat jaar voor een deel mee. Jaren vóór 2005 tellen mee als u een kind onder de 12 jaar heeft verzorgd. In 2005 en de jaren daarna telt alleen de verzorging van kinderen jonger dan vijf jaar mee. Een jaar telt niet mee wanneer u meer dan zes maanden in dit jaar een werkloosheidsuitkering hebt ontvangen (WW of wachtgeld).
Vanaf het jaar 2007 kunnen ook jaren waarin u niet heeft gewerkt maar wel mantelzorg heeft verleend, meetellen voor uw arbeidsverleden. De zorg moet in dat geval worden bekostigd uit een persoonsgebonden budget in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Als u volledig arbeidsongeschikt bent en na een herbeoordeling gedeeltelijk arbeidsgeschikt wordt verklaard, maar u nog geen passende baan hebt gevonden, dan kunt u in aanmerking komen voor een WW-uitkering. In dat geval hoeft u niet te voldoen aan de jareneis.
Datzelfde geldt voor werknemers die op de eerste dag waarop zij recht hebben op een WW-uitkering, tevens recht hebben op een gedeeltelijke WAO-uitkering.
De duur van de uitkering
- Als u niet aan de jareneis voldoet, dan duurt de WW-uitkering maximaal drie maanden.
- Voldoet u wel aan de jareneis, dan krijgt u een langere WW-uitkering. De duur van deze uitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat u hebt gewerkt. De uitkering duurt in maanden even lang als het arbeidsverleden in jaren. Met een maximum van 38 maanden.
In de onderstaande tabel vindt u een paar voorbeelden:
| Uw arbeidsverleden | Uw loongerelateerde WW-uitkering duurt |
| 4 jaar | 4 maanden |
| 18 jaar | 18 maanden |
| 38 jaar | 38 maanden |
| 40 jaar | 38 maanden |
De hoogte van de WW-uitkering
De hoogte van de WW-uitkering wordt afgeleid van uw loon in het jaar voordat u werkloos werd. Tijdens de eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75% van het loon en de periode daarna 70%. (Let op: de hoogte van het loon waarover de uitkering wordt berekend, is aan een maximum gebonden: het maximum dagloon.
De hoogte van uw WW-uitkering is niet gekoppeld aan het inkomen van uw partner of andere gezinsleden. Ook uw eigen vermogen heeft geen invloed op de hoogte van de WW-uitkering.
Als uw WW-uitkering minder bedraagt dan het voor u geldende sociaal minimum, dan hebt u mogelijk recht op een toeslag volgens de Toeslagenwet. Of dat het geval is hangt af van uw overige inkomen en dat van uw eventuele partner. De toeslag vult uw inkomen aan tot het geldende sociaal minimum. Een aanvraag voor toeslag op een WW-uitkering moet worden ingediend bij het CWI.
Bron: SZW
|